Elektrificatie van de VvE: hoeveel extra stroomvermogen heeft uw appartementencomplex straks nodig?

Laadpalen in de parkeergarage. Een warmtepomp voor de collectieve verwarming. Elektrisch koken. Zonnepanelen op het dak. Misschien op termijn een batterij. De verduurzaming van een appartementencomplex betekent in veel gevallen dat het gebruik van aardgas afneemt en het gebruik van elektriciteit toeneemt. Maar daarbij wordt één vraag gemakkelijk over het hoofd gezien: kan de elektriciteitsaansluiting van het gebouw al die nieuwe installaties straks ook aan? Het gaat daarbij niet alleen om hoeveel elektriciteit een VvE jaarlijks gebruikt. Minstens zo belangrijk is hoeveel elektrisch vermogen op hetzelfde moment wordt gevraagd. Juist dat kan de komende jaren een belangrijke randvoorwaarde worden voor verduurzaming.

Van gas naar elektriciteit

Een groot deel van de energietransitie draait om elektrificatie. Een cv-ketel op gas maakt bijvoorbeeld plaats voor een warmtepomp. Bewoners stappen over op elektrische auto’s. Koken op gas wordt vervangen door inductie en technische installaties worden steeds vaker elektrisch uitgevoerd. Dat heeft een duidelijk effect op de energiestromen in een gebouw. Het gasverbruik daalt, maar de elektriciteitsvraag stijgt. Voor de VvE betekent dit dat de elektriciteitsaansluiting een steeds belangrijker onderdeel van de technische infrastructuur wordt. Waar vroeger vooral de vraag speelde hoeveel energie een gebouw jaarlijks verbruikte, komt daar nu een tweede vraag bij: hoeveel vermogen moet op piekmomenten beschikbaar zijn?

kWh en kW zijn niet hetzelfde

Dat verschil is belangrijk. Een kilowattuur (kWh) geeft aan hoeveel elektriciteit wordt gebruikt. Een kilowatt (kW) geeft aan hoeveel elektrisch vermogen op een bepaald moment wordt gevraagd. Een eenvoudig voorbeeld: Een elektrische installatie van 10 kW die één uur draait, gebruikt 10 kWh elektriciteit. Maar voor de aansluiting is vooral van belang dat gedurende dat uur 10 kW vermogen beschikbaar moet zijn. Wanneer op hetzelfde moment meerdere grote installaties actief zijn, worden die vermogens bij elkaar opgeteld. En juist daar kan elektrificatie voor uitdagingen zorgen.

De laadgarage kan een grote nieuwe stroomvrager worden

Elektrische auto’s zijn daarvan een duidelijk voorbeeld. Stel dat een VvE dertig parkeerplaatsen heeft en uiteindelijk op iedere parkeerplaats laden mogelijk wil maken. Als dertig auto’s tegelijkertijd op hoog vermogen zouden laden, ontstaat een forse elektrische belasting. Maar dat betekent niet automatisch dat de aansluiting ook op die maximale theoretische situatie moet worden ontworpen. Auto’s staan in een wooncomplex vaak vele uren geparkeerd. Met load balancing kan het beschikbare vermogen over de aangesloten auto’s worden verdeeld. De ene auto laadt wat sneller, de andere tijdelijk langzamer. Neemt het gebouw zelf meer vermogen af, dan kan het laadvermogen automatisch worden verminderd. Daardoor kunnen soms veel meer laadpunten worden gerealiseerd dan een simpele optelsom van de maximale laadvermogens doet vermoeden.

Een warmtepomp verandert het energieprofiel opnieuw

Een collectieve warmtepomp kan het gasverbruik aanzienlijk verminderen, maar gebruikt daarvoor elektriciteit. Daarmee ontstaat een nieuwe structurele elektrische belasting. En die belasting is bovendien niet gedurende het hele jaar hetzelfde. Juist op koude dagen, wanneer veel warmte nodig is, kan de elektriciteitsvraag van de verwarmingsinstallatie hoger zijn. Dat is belangrijk bij het bepalen van de toekomstige vermogensbehoefte. Een VvE die vandaag laadpunten ontwerpt en over vijf jaar een warmtepomp wil installeren, doet er daarom verstandig aan die toekomstige warmtepomp nu al mee te nemen in de vermogensplanning. Anders bestaat het risico dat de laadinstallatie alle beschikbare elektrische ruimte benut die later ook voor de verwarming nodig blijkt.

Ook kleinere installaties tellen bij elkaar op

De aandacht gaat al snel naar de grootste elektrische verbruikers. Maar een appartementencomplex heeft veel meer installaties. Denk aan:

  • liften;
  • ventilatie;
  • pompen;
  • hydrofoorinstallaties;
  • algemene verlichting;
  • toegangsinstallaties;
  • elektrische deuren;
  • installaties in de parkeergarage;
  • eventuele boilers;
  • laadvoorzieningen.

Iedere installatie afzonderlijk hoeft geen probleem te vormen. De uitdaging ontstaat wanneer meerdere installaties op hetzelfde moment veel vermogen vragen. Daarom is een inventarisatie van alleen het jaarlijkse elektriciteitsverbruik onvoldoende.

Begin met meten wat de VvE nu werkelijk gebruikt

Voordat wordt gesproken over het verzwaren van een aansluiting, is het verstandig om eerst de bestaande situatie goed te begrijpen. Hoe zwaar wordt de aansluiting op dit moment werkelijk belast? De maximale capaciteit van een aansluiting en het daadwerkelijk gebruikte piekvermogen zijn namelijk twee verschillende zaken. Misschien blijkt dat de VvE op piekmomenten nog aanzienlijke ruimte over heeft. Of misschien zit het gebouw juist nu al regelmatig dicht tegen de beschikbare capaciteit aan. Meetdata maakt dit zichtbaar. Daarmee ontstaat een veel betere basis voor toekomstige investeringsbeslissingen.

Tel toekomstige installaties niet simpelweg bij elkaar op

Stel dat de VvE plannen heeft voor:

  • een warmtepomp;
  • twintig laadpunten;
  • elektrische boilers;
  • nieuwe ventilatie;
  • uitbreiding van andere elektrische voorzieningen.

Een theoretische berekening kan alle maximale vermogens bij elkaar optellen.

Maar in de praktijk draaien die installaties niet noodzakelijk tegelijkertijd op maximaal vermogen.

Daarom wordt gelijktijdigheid belangrijk.

Hoe groot is de kans dat alle auto’s maximaal laden terwijl de warmtepomp maximaal draait, beide liften actief zijn en alle andere installaties eveneens hun piekvermogen vragen?

Door het werkelijke gebruik te analyseren en flexibele installaties slim aan te sturen, kan de benodigde piekcapaciteit soms aanzienlijk worden beperkt.

Slimme sturing kan capaciteit vrijmaken

Elektrisch vermogen wordt daardoor steeds meer iets wat een VvE actief kan managen. Laadpunten zijn bijvoorbeeld flexibel. Een auto die om 18.00 uur wordt aangesloten en pas de volgende ochtend nodig is, hoeft niet noodzakelijk direct op maximaal vermogen te laden. Ook andere installaties kunnen soms op andere momenten worden aangestuurd. Een energiemanagementsysteem kan rekening houden met:

gebouwverbruik → beschikbare capaciteit → laadbehoefte → zonneproductie → eventuele batterijopslag. Zo wordt het beschikbare vermogen verdeeld over de installaties die het op dat moment nodig hebben.

Zonnepanelen helpen, maar lossen het capaciteitsvraagstuk niet op

Zonnepanelen kunnen een deel van de elektriciteitsvraag lokaal opvangen. Wanneer de zonnepanelen 30 kW produceren en het gebouw tegelijkertijd 30 kW gebruikt, hoeft dat vermogen op dat moment niet volledig uit het elektriciteitsnet te komen. Dat is gunstig. Maar zonnepanelen produceren niet altijd. Op een donkere winteravond kan de productie vrijwel nul zijn, terwijl bewoners juist hun elektrische auto’s aansluiten en de warmtepomp volop draait. Daarom kan een VvE bij het bepalen van de benodigde aansluitcapaciteit niet simpelweg het vermogen van de zonnepanelen aftrekken van het toekomstige verbruik. Wel kunnen zonnepanelen in combinatie met slimme sturing helpen om de netafname gedurende veel andere momenten te beperken.

Kan een batterij piekvermogen opvangen?

Een batterij kan eveneens onderdeel worden van de vermogensstrategie. Stel dat de aansluiting gedurende bijna de gehele dag voldoende capaciteit heeft, maar iedere avond gedurende een korte periode een hoge piek ontstaat. Een batterij kan in theorie een deel van die piek opvangen. Dit wordt ook wel peak shaving genoemd. De batterij wordt op een ander moment geladen en levert tijdens de piek tijdelijk extra vermogen. Daardoor hoeft niet iedere korte vermogenspiek volledig via de netaansluiting te worden geleverd. Maar ook hier geldt: een batterij is niet automatisch de beste of goedkoopste oplossing. Eerst meten en slim sturen, daarna bepalen of opslag daadwerkelijk iets toevoegt.

Netcongestie maakt vooruitkijken noodzakelijk

Een aansluiting verzwaren klinkt misschien als de eenvoudigste oplossing. Meer elektrische installaties? Dan vragen we meer vermogen aan. Maar die route is niet overal vanzelfsprekend. Door netcongestie kan uitbreiding van transportcapaciteit in bepaalde gebieden beperkt zijn of langer duren. Een VvE die pas bij de aanschaf van een warmtepomp ontdekt dat extra vermogen niet beschikbaar is, kan daardoor voor een vervelende verrassing komen te staan. Zeker bij grotere verduurzamingsplannen is het daarom verstandig om vroegtijdig te onderzoeken wat technisch en vanuit de netbeheerder mogelijk is.

Grootverbruik of kleinverbruik maakt verschil

Ook het type elektriciteitsaansluiting is relevant. Een klein appartementencomplex kan een andere aansluiting hebben dan een grote VvE met omvangrijke collectieve installaties. Bij grotere aansluitingen spelen bovendien andere contractuele, technische en meetaspecten. Daarom begint een goede vermogensanalyse bij een aantal basale vragen:

Welke aansluiting heeft de VvE nu?

Hoeveel vermogen is beschikbaar?

Hoeveel daarvan wordt werkelijk gebruikt?

Welke uitbreiding is technisch mogelijk?

En wat verwachten we de komende tien jaar nodig te hebben?

Zonder die informatie is het lastig om een toekomstbestendig energieplan te maken.

Kijk vijf tot tien jaar vooruit

Een VvE hoeft vandaag niet exact te weten welke installaties in 2035 aanwezig zijn.

Maar de grote ontwikkelingen zijn vaak wel te voorzien.

Stel dat het bestuur weet dat:

2027: de eerste laadpunten worden geplaatst.

2029: zonnepanelen worden uitgebreid.

2031: de collectieve verwarmingsinstallatie moet worden vervangen.

2033: een verdere uitbreiding van elektrisch rijden wordt verwacht.

Dan kan nu al worden onderzocht wat deze ontwikkelingen gezamenlijk kunnen betekenen voor de elektriciteitsinfrastructuur.

Misschien hoeft vandaag nog niets aan de aansluiting te gebeuren.

Maar er kan wel rekening worden gehouden met toekomstige bekabeling, verdeelinrichtingen, meetvoorzieningen en energiemanagement.

Reserveer elektrische ruimte voor toekomstige verduurzaming

Dat leidt tot een belangrijk principe. Wanneer vandaag een nieuwe elektrische installatie wordt ontworpen, moet niet alleen worden gekeken naar wat nu technisch mogelijk is. Er moet ook worden nagedacht over wat later nog moet kunnen. Een laadinstallatie die alle beschikbare capaciteit gebruikt, kan toekomstige elektrificatie bemoeilijken. Andersom kan een slim ontworpen laadinstallatie juist automatisch vermogen vrijgeven wanneer andere gebouwinstallaties dat nodig hebben. Flexibiliteit wordt daarmee onderdeel van toekomstbestendig ontwerpen.

Van energieverbruik naar vermogensplanning

Voor VvE’s ontstaat hierdoor een nieuwe vorm van planning.

Naast het MJOP en de energiebegroting komt feitelijk een derde dimensie:

vermogensplanning.

Daarin brengt de VvE in kaart:

  1. welke elektriciteitsaansluiting aanwezig is;
  2. wat het huidige piekvermogen is;
  3. hoeveel ruimte nog beschikbaar is;
  4. welke installaties de komende jaren worden toegevoegd;
  5. welke daarvan flexibel kunnen worden aangestuurd;
  6. welke lokale opwek beschikbaar is;
  7. of opslag later interessant kan worden;
  8. of uitbreiding van de aansluiting mogelijk is.

Zo ontstaat een beeld van de elektrische toekomst van het gebouw.

De vraag is niet alleen hoeveel stroom, maar vooral hoeveel tegelijk

Elektrificatie betekent dat appartementencomplexen de komende jaren steeds afhankelijker worden van elektriciteit. Daarmee wordt capaciteit minstens zo belangrijk als verbruik. Een VvE kan voldoende elektriciteit kunnen inkopen en toch tegen een technische grens aanlopen wanneer te veel installaties tegelijkertijd vermogen vragen. De oplossing hoeft niet automatisch een zwaardere aansluiting te zijn. Met meten, load balancing, slimme sturing, lokale zonneproductie en eventueel opslag kan beschikbare capaciteit veel efficiënter worden benut. Maar daarvoor moet de VvE wel vooruitkijken. Niet pas wanneer de warmtepomp of het twintigste laadpunt wordt besteld, maar voordat de eerste grote elektrificatiebeslissingen worden genomen.

Van elektriciteitsaansluiting naar energiebeleid

De elektriciteitsaansluiting was jarenlang vooral een technisch gegeven ergens in de meterkast. Door elektrificatie wordt die aansluiting steeds meer een strategische randvoorwaarde voor de ontwikkeling van het appartementencomplex. Laadpunten, zonnepanelen, warmtepompen, energieopslag en andere elektrische installaties maken allemaal gebruik van dezelfde infrastructuur. VvE Energie helpt VvE’s om deze ontwikkelingen in samenhang te bekijken en tijdig inzicht te krijgen in de toekomstige energie- en vermogensbehoefte van het gebouw. Wilt u energie binnen uw VvE structureel organiseren? In onze Nota Energiebeleid voor VvE’s zetten we de belangrijkste aandachtspunten en keuzes overzichtelijk voor u op een rij. U kunt de Nota Energiebeleid hier kosteloos downloaden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.