Is een warmtepomp geschikt voor een VvE?
Steeds meer Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) onderzoeken hoe hun appartementencomplex in de toekomst kan worden verwarmd met minder of zonder aardgas. Een warmtepomp komt daarbij al snel in beeld.
Maar kan een warmtepomp zomaar worden toegepast in een appartementencomplex? Is één grote collectieve warmtepomp nodig of kunnen individuele woningen een eigen systeem krijgen? En moet het gebouw eerst worden geïsoleerd?
Het korte antwoord: een warmtepomp kan geschikt zijn voor een VvE, maar alleen wanneer het gebouw, de isolatie, het afgiftesysteem, de elektrische infrastructuur en de warmtevraag daarop zijn afgestemd.
Daarom begint een warmtepompproject niet met het kiezen van een apparaat, maar met onderzoek naar het gebouw.
Hoe werkt een warmtepomp?
Een warmtepomp gebruikt warmte uit de omgeving en brengt deze naar een temperatuurniveau waarmee een gebouw kan worden verwarmd.
Die warmte kan bijvoorbeeld uit de buitenlucht, bodem of een andere bron worden gehaald.
Voor dit proces gebruikt een warmtepomp elektriciteit.
Het principe is daarmee anders dan bij een cv-ketel, die aardgas verbrandt om warmte te produceren.
Hoe efficiënter een warmtepomp kan werken, hoe interessanter de verhouding kan zijn tussen gebruikte elektriciteit en geproduceerde warmte.
Kan een appartementencomplex met een warmtepomp worden verwarmd?
Ja, maar appartementencomplexen verschillen sterk van elkaar.
Een relatief nieuw en goed geïsoleerd gebouw met vloerverwarming heeft een heel andere uitgangspositie dan een ouder complex met weinig isolatie en radiatoren die zijn ontworpen voor hoge watertemperaturen.
Daarom bestaat er niet één standaard warmtepompoplossing voor iedere VvE.
Eerst moet worden vastgesteld:
hoeveel warmte het gebouw nodig heeft en op welke temperatuur die warmte geleverd moet worden.
Dat bepaalt voor een belangrijk deel welke systemen technisch mogelijk zijn.
Moet een VvE eerst isoleren?
Vaak is het verstandig om eerst de warmtevraag te verminderen.
Een slecht geïsoleerd gebouw verliest veel warmte. De verwarmingsinstallatie moet dat verlies voortdurend compenseren.
Door bijvoorbeeld dak, gevel, vloer en glas te verbeteren, kan minder vermogen nodig zijn om het gebouw comfortabel te verwarmen.
Dat kan gunstig zijn voor een toekomstige warmtepomp.
Daarom wordt vaak gezegd:
eerst isoleren, daarna de warmtevoorziening verduurzamen.
Maar dat is geen absolute regel.
Waarom is “eerst isoleren” niet altijd zo eenvoudig?
VvE’s werken met onderhoudscycli.
Stel dat de collectieve verwarmingsinstallatie binnen twee jaar vervangen moet worden, terwijl groot gevelonderhoud pas over acht jaar gepland staat.
Dan kan de VvE niet altijd wachten totdat iedere isolatiemaatregel is uitgevoerd.
Er moet dan een route worden ontwikkeld waarin de nieuwe warmtevoorziening en toekomstige isolatiemaatregelen op elkaar aansluiten.
Daarom is vooral het eindbeeld van het gebouw belangrijk.
De VvE hoeft niet alles tegelijkertijd uit te voeren, maar moet wel weten waar zij naartoe werkt.
Collectieve of individuele warmtepomp?
Bij appartementencomplexen kunnen verschillende concepten worden onderzocht.
Een mogelijkheid is een collectief systeem waarmee meerdere of alle appartementen van warmte worden voorzien.
Een andere mogelijkheid kan zijn dat woningen individuele installaties krijgen.
Welke oplossing geschikt is, hangt onder andere af van de bestaande installatie, beschikbare ruimte, leidingen, eigendomsverhoudingen en bouwkundige situatie.
Ook de manier waarop warmtekosten worden gemeten en verdeeld kan relevant zijn.
Daarom moet de keuze tussen collectief en individueel per complex worden onderzocht.
Kan een bestaande collectieve cv-installatie worden vervangen?
Bij VvE’s met een collectieve verwarmingsinstallatie kan het natuurlijke vervangingsmoment een belangrijke aanleiding zijn om alternatieven te onderzoeken.
Wanneer een installatie het einde van haar technische levensduur nadert, heeft de VvE grofweg twee mogelijkheden:
de bestaande techniek vervangen door een vergelijkbare oplossing;
of het vervangingsmoment gebruiken om de warmtevoorziening verder te verduurzamen.
De tweede route vraagt meer voorbereiding.
Als pas bij een storing wordt nagedacht over alternatieven, is er vaak onvoldoende tijd voor onderzoek en besluitvorming.
Wat is een hybride warmtepomp?
Een hybride systeem combineert een warmtepomp met een andere warmtebron, bijvoorbeeld een cv-ketel.
De warmtepomp kan dan een deel van de warmtevraag leveren, terwijl de andere installatie bijspringt wanneer dat nodig is.
Of zo’n systeem interessant is voor een VvE hangt af van de bestaande warmtevoorziening en de langetermijnstrategie.
Een hybride oplossing kan in sommige situaties een tussenstap zijn, maar moet wel passen bij het uiteindelijke verduurzamingsplan.
Anders bestaat het risico dat de VvE investeert in een tijdelijke oplossing die later opnieuw moet worden aangepast.
Waarom is de aanvoertemperatuur belangrijk?
Traditionele verwarmingssystemen kunnen water op relatief hoge temperatuur door radiatoren laten circuleren.
Warmtepompen functioneren doorgaans efficiënter wanneer zij warmte op een lagere temperatuur kunnen leveren.
Daarom is het belangrijk om te onderzoeken of de woningen bij lagere watertemperaturen nog voldoende warm kunnen worden.
Dat hangt onder andere af van:
- de isolatie van het gebouw;
- de grootte en capaciteit van radiatoren;
- vloerverwarming;
- warmteverlies per woning;
- gewenste binnentemperatuur.
Een warmtepomp kiezen zonder deze factoren te onderzoeken kan tot teleurstellende prestaties leiden.
Moeten alle radiatoren worden vervangen?
Niet automatisch.
Bestaande radiatoren kunnen in sommige situaties voldoende capaciteit hebben om bij een lagere temperatuur genoeg warmte af te geven.
In andere situaties zijn grotere radiatoren, convectoren of vloerverwarming nodig.
Daarom moet niet op voorhand worden aangenomen dat alle woningen volledig moeten worden verbouwd.
Een technische berekening kan duidelijk maken wat werkelijk noodzakelijk is.
Heeft een VvE voldoende elektriciteit voor een warmtepomp?
Dat is een steeds belangrijkere vraag.
Wanneer een gebouw van aardgas naar elektrische verwarming beweegt, neemt de elektriciteitsvraag toe.
De elektrische aansluiting en infrastructuur van het appartementencomplex moeten dat aankunnen.
Tegelijkertijd kunnen ook andere ontwikkelingen extra capaciteit vragen, zoals laadpunten voor elektrische auto’s, zonnepanelen, ventilatiesystemen en andere elektrische installaties.
Daarom moet de toekomstige warmtevoorziening niet los worden gezien van de totale elektrische infrastructuur van het gebouw.
En hoe zit het met netcongestie?
De capaciteit van het elektriciteitsnet is in veel gebieden een belangrijk aandachtspunt geworden.
Een technisch geschikte elektrische oplossing kan daarom niet automatisch betekenen dat de benodigde netcapaciteit direct beschikbaar is.
Bij grotere vermogens kan het nodig zijn om vroegtijdig te onderzoeken wat op de locatie mogelijk is.
Dat maakt vooruitkijken extra belangrijk.
Een VvE die pas bij vervanging van de bestaande installatie ontdekt dat een gewenste elektrische oplossing niet direct realiseerbaar is, kan voor lastige keuzes komen te staan.
Waar moet een warmtepomp worden geplaatst?
Bij appartementencomplexen kan ruimte een belangrijke beperking zijn.
Een warmtepompsysteem bestaat uit meer dan alleen de warmtepomp zelf.
Afhankelijk van het systeem kunnen binnen- en buitenunits, buffervaten, leidingwerk en andere technische voorzieningen nodig zijn.
Ook geluid, bereikbaarheid voor onderhoud en de afstand tot woningen kunnen een rol spelen.
Bij collectieve systemen moet daarom vroeg worden onderzocht waar installaties fysiek kunnen worden geplaatst.
Maakt een warmtepomp geluid?
Warmtepompen met buitenunits produceren geluid.
Bij een vrijstaande woning kan daar vaak relatief eenvoudig een locatie voor worden gevonden. Bij een appartementencomplex liggen woningen dichter bij elkaar en zijn gevels, balkons en daken gemeenschappelijk.
Daarom moet de locatie van buitenunits zorgvuldig worden gekozen.
Niet alleen technische prestaties, maar ook geldende geluidsregels en mogelijke hinder voor bewoners en omwonenden moeten worden meegenomen.
Kan een warmtepomp gecombineerd worden met zonnepanelen?
Ja, maar beide maatregelen moeten niet automatisch als één oplossing worden gezien.
Zonnepanelen produceren vooral veel elektriciteit op zonnige momenten, terwijl de warmtevraag juist groot kan zijn tijdens koude perioden met minder zon.
Dat betekent dat de jaarlijkse productie van zonnepanelen en het elektriciteitsgebruik van een warmtepomp niet één op één tegen elkaar kunnen worden weggestreept.
Wel kan lokale elektriciteitsopwekking onderdeel zijn van de totale energiestrategie van het gebouw.
Wat kost een warmtepomp voor een VvE?
Daar is zonder onderzoek geen zinvol standaardbedrag voor te noemen.
De investering hangt sterk af van het gekozen systeem en de aanpassingen die daarvoor nodig zijn.
Niet alleen de warmtepomp zelf kost geld.
Ook aanpassingen aan leidingen, elektrische infrastructuur, afgiftesystemen, technische ruimten en regeltechniek kunnen onderdeel van het project zijn.
Daarom moet naar de totale systeemkosten worden gekeken.
Kijk niet alleen naar de aanschafprijs
Bij de financiële vergelijking zijn meerdere factoren relevant.
Denk aan:
investering, energiegebruik, onderhoud, levensduur, financiering en toekomstige vervanging.
Ook de kosten van het alternatief moeten worden meegenomen.
Wanneer de bestaande installatie sowieso vervangen moet worden, is niet de volledige prijs van een nieuwe duurzame installatie een extra verduurzamingsinvestering.
Een deel van de kosten zou immers ook ontstaan wanneer de VvE opnieuw een conventionele installatie zou plaatsen.
Kan een VvE subsidie krijgen voor een warmtepomp?
Voor bepaalde duurzame installaties kunnen subsidiemogelijkheden bestaan.
Welke systemen daarvoor in aanmerking komen en welke technische en administratieve voorwaarden gelden, kan veranderen.
Controleer daarom tijdens een concreet project altijd de actuele subsidieregels voordat definitieve opdrachten worden verstrekt.
Bij een groter VvE-project kan subsidie vervolgens samen met het reservefonds en eventuele financiering onderdeel worden van de financiële uitwerking.
Wanneer moet een VvE over de toekomstige verwarming gaan nadenken?
Bij voorkeur ruim vóórdat de huidige installatie defect raakt.
Een nieuwe warmtevoorziening vraagt onderzoek, berekeningen, offertes, besluitvorming en mogelijk aanpassingen aan het gebouw.
Dat kost tijd.
Een belangrijk moment is daarom wanneer uit het MJOP blijkt dat de bestaande verwarmingsinstallatie binnen enkele jaren aan vervanging toe is.
Dat is niet alleen een onderhoudsmoment, maar ook een strategisch beslismoment.
Warmtepomp opnemen in het DMJOP
Een duurzaam meerjarenonderhoudsplan kan helpen om de verschillende stappen op elkaar af te stemmen.
Bijvoorbeeld:
eerst dakisolatie;
daarna glas en kozijnen;
vervolgens gevelverbetering;
en op het geplande vervangingsmoment een nieuwe warmtevoorziening.
De precieze volgorde verschilt per gebouw.
Het belangrijke is dat maatregelen niet los van elkaar worden besloten.
Wanneer is een VvE klaar voor een warmtepomp?
Niet wanneer een leverancier zegt dat er ergens een warmtepomp geplaatst kan worden.
Een VvE is er klaar voor wanneer duidelijk is:
hoe groot de toekomstige warmtevraag is, welke temperatuur nodig is, welk systeem daarbij past, waar de installatie kan staan, hoeveel elektriciteit nodig is en hoe de investering wordt gefinancierd.
Dan wordt de warmtepomp onderdeel van een plan in plaats van een los apparaat.
Eerst de warmtevraag, daarna de warmtebron
VvEenergie helpt VvE’s om de toekomstige warmtevoorziening te bekijken in samenhang met isolatie, onderhoud, installaties en financiën.
Daarbij begint de zoektocht niet met de vraag welk merk of type warmtepomp moet worden gekocht.
De eerste vraag is:
“Hoe zorgen we ervoor dat ons appartementencomplex in de toekomst efficiënt en betrouwbaar kan worden verwarmd?”
Pas wanneer dat duidelijk is, kan worden bepaald welke techniek daar het beste bij past.